Scherpstel hulplicht

Scherpstel hulplichtDigitale camera's hebben twee manieren om scherp te stellen. Bij actieve autofocus wordt infrarood licht uitgezonden dat wordt teruggekaatst, waarna de camera hierop kan scherpstellen. Hiermee kunt u scherpstellen zonder dat de persoon die u fotografeert, dit merkt. Infrarood autofocus werkt goed in het donker, maar kan geabsorbeerd worden door een zwart oppervlak of worden gereflecteerd door glas. Bij passieve autofocus gebeurt het scherpstellen op basis van licht en contrast van het onderwerp. Vooral verticale lijnen zijn goede autofocus elementen. Ontbreken deze en is er ook weinig contrast en licht in uw onderwerp, dan wordt het scherpstellen bemoeilijkt. Is de camera uitgerust met een scherpstel hulplicht (Autofocus Assist Lamp), dan wordt in deze situaties een kleine lichtstraal uitgezonden zodat een raster te zien is op het onderwerp, waarop de camera kan scherpstellen. Het scherpstel hulplicht zit vaak net naast de lens. Nadeel van het hulplicht is dat het slechts een bereik heeft van 4 tot 5 meter. Sommige externe TTL-flitsers zijn uitgerust met een sterker scherpstel hulplicht. Bij sommige camera's werkt het scherpstel hulplicht als rode-ogenreductielampje. Door de uitgezonden lichtstraal vernauwd de pupil en wordt de kans op rode ogen minder.