Bestandsformaten - de grondbeginselen

Bestandsformaten - de grondbeginselenGedurende de jaren dat digitaal beeld bestaat, zijn er steeds meer bestandstypes ontwikkeld om beeld op te slaan. De meeste van deze bestandsformaten zijn specifiek bedoeld voor een bepaald beeldbewerkings programma en kunnen niet uitgewisseld worden met andere programma's. De meesten hadden slechts een kort leven en werden vervangen door algemene formaten die wel platformcompatibel zijn. De bekendste beeldbewerkingsprogramma's kunnen nu verschillende bestandsformaten openen en eventueel in een ander formaat opslaan.

Er bestaan twee methodes om grafisch beeld op een computer te beschrijven: met pixels (bitmaps) en met vectoren. Belangrijk voor de digitale fotografie zijn de de bitmaps. Bitmaps zijn opgebouwd uit een rooster van gekleurde puntjes, ook wel pixels genoemd. Het aantal pixels bepaalt de grootte van de afbeelding waarin deze kan worden afgedrukt of op het scherm getoond. Omdat de manier om een bitmap te beschrijven leidt tot grote bestanden, zijn er methodes ontwikkeld om deze bestanden gecomprimeerd op te slaan. De bekendste hiervan zijn JPEG en TIFF, waarover later meer.