Sluiter techniek

Sluiter techniekLang geleden regelde de fotograaf de belichting door de lensdop van de lens te halen. Doordat film steeds gevoeliger werd, moesten de sluitertijden steeds korter worden de sluiter meer geavanceerd worden. Met de huidige sluiters kan de belichtingstijd nauwkeurig worden geregeld.
Een centraalsluiter werkt als een soort iris. Overlappende bladen van de sluiter gaan kort moment open en vervolgens weer dicht. Centraalsluiters zijn gesynchroniseerd met flitsers bij alle sluitertijden.
Een spleetsluiter bestaat uit twee niet-doorschijnende 'gordijnen'. Het eerste gordijn blokkeert de lichtdoorgang. Tijdens de duur van de belichting schuift het eerste gordijn weg en sluit het tweede gordijn de opening naar de film of sensor weer af. Maximale flitssynchronisatie wordt bereikt op het moment dat de gordijnen geheel open zijn. Dit is vaak bij 1/25 of 1/60s. Bij kortere sluitertijden is de sluiteropening slechts een bewegende spleet en wordt alleen dat deel van de sensor of film belicht dat niet afgedekt is.
Hoewel digitale camera's vaak mechanische sluiters gebruiken, hebben sommige modellen een CCD sluiter. Hierbij wordt de belichtingstijd bepaalt door de activatietijd van de sensor. Dit systeem is geheel elektronisch, zonder mechanische onderdelen en derhalve zeer precies en betrouwbaar.