Belichting - de grondbeginselen

Belichting - de grondbeginselenDe hoeveelheid licht die op beeldsensor of film valt wordt de belichting genoemd. Opname-media verschillen in gevoeligheid voor licht, maar om een goed belichte foto op te nemen, hebben ze een specifieke hoeveelheid licht nodig bij een bepaalde gevoeligheid (ISO-waarde bij film). Te weinig licht veroorzaakt onderbelichte foto. Bij teveel licht is de foto overbelicht. De benodigde belichtingswaarde (Exposure Value, EV) wordt bepaald door een combinatie van gevoeligheid of ISO, het diafragma van de lens en de gebruikte sluitertijd. Bij een perfecte belichting is er zowel in de donkere delen van de foto als in de lichtste delen nog detail zichtbaar.
De meeste digitale camera's berekenen automatisch de beste belichting voor een evenwichtige foto, maar als u brgijpt hoe dit gebeurt kunt u zelf corrigeren.
Belichtings meters meten de totale hoeveelheid licht die wordt teruggekaatst door het gehele onderwerp. Deze hoeveelheid wordt gezien als 18% grijs en hierop wordt de belichting gebaseerd. Voor een onderwerp met veel middentonen is dit de meest ideale belichting. Is de compositie echter veel donkerder of lichter, dan zal de foto respectievelijk over- en onderbelicht worden. U moet dan kiezen welk deel van de foto belangrijk is en daarop de belichting aanpassen.