Handmatige instellingen

Handmatige instellingenHet is niet bij elke camera mogelijk het diafragma handmatig in te stellen. In de belichtingsmodus Auto of Program (P) kiest de camera bij de gemeten belichting automatisch een vaste combinatie van diafragma en sluitertijd. Dit is geschikt voor algemene situaties, maar soms is het gewenst of noodzakelijk het diafragma zelf te kiezen.

Bij bijvoorbeeld landschapsfotografie, waarbij de foto over het gehele bereik scherp moet zijn (grote scherptediepte), moet het diafragma f 16 of f 22 zijn. Doet u dit in de modus Diafragmavoorkeur (Av), dan wordt automatisch de juiste sluitertijd gekozen. Bij volledige handbediening (M) moet u zelf een geschikte sluitertijd kiezen.
Als u uw onderwerp wilt isoleren van de achtergrond, zoals bij portretfotografie, dan moet u een grote diafragma-opening gebruiken van f 2,8 (kleine scherptediepte). Het onderwerp is dan scherp, terwijl de achtergrond wazig zal zijn. Het effect van een kleine scherptediepte bij f 2,8 zal bij telelenzen (f>85mm) sterker zijn dan bij groothoeklenzen (f<35mm).
Wanneer u macrofoto's maakt, zult u moeten kiezen voor een klein diafragma (f 16 of f 22) om een zo groot mogelijke scherptediepte te verkrijgen..