Diafragma - grondbeginselen

Diafragma - grondbeginselenOm de term diafragma te begrijpen kunt u dit het best vergelijken met het menselijk oog. Hoe minder licht des te groter de opening van de pupil, terwijl de pupil kleiner wordt bij veel licht. Het diafragma van een camera, uitgedrukt in f-stops, doet precies hetzelfde door de hoeveelheid licht te controleren die op de CCD valt. Lagere f-stop waarden (b.v. f 2.8) vergroten de lensopening en laten meer licht toe tot de CCD, terwijl hogere f-stop waarden (f 16 of f 22) de hoeveelheid opvallend licht beperken door de lensopening te verkleinen. Bij vergroten van het diafragma met één stop, wordt de hoeveelheid licht die op de CCD valt verdubbeld. Bij een gegeven belichting zijn diafragma en sluitertijd aan elkaar gekoppeld. Als je de sluitertijd verkleint, zal de diafragma-opening groter worden en andersom.

De diafragma-opening bepaalt ook de scherptediepte. Bij een kleinere opening (b.v. f 22) zal de foto over een groot gebied scherp zijn. Bij f 2,8 zal het onderwerp waarop scherpgesteld is ook echt scherp zijn, terwijl vlak ervoor en erachter onscherpte ontstaat. De scherptediepte van groothoeklenzen (f<35 mm) is groter dan van telelenzen (f> 85mm).